Erna werkt al bijna twintig jaar binnen de pleegzorg en heeft in die tijd talloze kinderen geholpen aan een passende plek. Wat begon als een baan als pleegzorgbegeleider, groeide uit tot een functie waarin ze pleegouders traint en kinderen matcht met een passend pleeggezin. “Ik heb nu ongeveer de leukste baan die er is.”
Van pleegzorgbegeleider naar matcher
Erna begon als pleegzorgbegeleider in de specialistische pleegzorg. “Dat was een beetje wat nu gezinshuizen zijn. Pleegouders met een pedagogische achtergrond die kinderen met behoorlijk wat problematiek in huis namen.”
Om pleegzorgbegeleider te zijn was het ook de bedoeling dat je de STAP-training zou volgen, een training voor nieuwe pleegouders. “De eerste dag dat ik die training deed, wist ik: dit is iets wat leeft, mijn ambitie.”
Al snel wist Erna dat ze die STAP-training ook zelf wilde geven. Na een aantal jaar kreeg ze die kans. “Toen mocht ik de STAP-training gaan geven. Dat vond ik helemaal fantastisch.”
Via die trainingen kwam ze ook steeds vaker in contact met collega’s die zich bezighielden met matching, het koppelen van een kind aan een passend pleeggezin. “Op een gegeven moment werd mij gevraagd of dat niet iets voor mij was. Ik dacht: dat lijkt me helemaal geweldig.”
Afwisseling en verantwoordelijkheid
Vandaag de dag combineert Erna het geven van STAP-trainingen met haar werk als matcher. Dat maakt haar werk heel afwisselend.
“Er is eigenlijk geen eenduidig antwoord te geven op hoe mijn werkdag eruitziet. Soms denk ik dat ik een dag verslagen ga schrijven, maar dan kan het zijn dat ik gebeld word dat er een kind gematcht moet worden. Dan gooi ik alles om en loopt de dag heel anders.”
Als matcher begeleidt Erna het traject van begin tot eind: van het zoeken naar een passend pleeggezin tot de eerste periode van een plaatsing.
Als er een mogelijke match is, wordt die samen met ouders en pleegouders rustig verkend. Dat begint met een kennismaking tussen de volwassenen en later ook met het kind. “We bouwen dat stap voor stap op”, legt Erna uit. Ouders gaan eerst een keer langs met het kind bij pleegouders, daarna volgt bijvoorbeeld een middagje spelen en later, als het goed voelt, ook een eerste logeerervaring. “Die geleidelijke opbouw noemen we ingroei.”
Als duidelijk is dat het echt een goede match is, pakt Erna het zelf weer op: “Dan schrijf ik een eerste hulpverleningsplan en draag ik de begeleiding over aan een pleegzorgbegeleider.” Hoe snel die ingroei verloopt, verschilt per situatie. “We kijken altijd naar wat het kind aankan en wat er mogelijk is in het proces.”
Bijzondere verhalen
In de jaren dat ze dit werk doet, heeft Erna veel indrukwekkende situaties meegemaakt. Eén daarvan gebeurde op haar allereerste werkdag.
“Mijn eerste werkdag zat ik met een pasgeboren baby op schoot die ten vondeling was gelegd.”
Er kwam een telefoontje binnen over een pasgeboren baby die in Eindhoven in een wasbak was achtergelaten. “Toen zijn we daarheen gereden en hebben we het kindje opgehaald. Ik zat daar met een heel klein baby’tje en dacht: wat moet jij je alleen voelen.” Het meisje is in een liefdevol pleeggezin terecht gekomen, dat haar later heeft geadopteerd.
Betrokken, maar met afstand
Hoewel het werk veel voldoening geeft, kan het soms ook zwaar zijn. Volgens Erna is het belangrijk om een balans te vinden tussen betrokkenheid en afstand.
“Ik zeg altijd: je moet met enige afstand naar de situatie kunnen kijken. Dit is vaak moeilijk omdat het om heel kwetsbare kinderen en ouders gaat. Ik ben zeer betrokken, maar kan het ook goed afsluiten aan het einde van de dag. Als je alles mee naar huis zou nemen zou je dit werk niet kunnen doen.”
Daarom probeert Erna werk en privé goed te scheiden. “Aan het eind van de dag klap ik mijn laptop dicht en denk ik: ik heb vandaag mijn volle honderd procent gegeven. Morgen is er weer een dag.”
Trots op flexibiliteit
Als ze kijkt naar wat haar sterk maakt in haar werk, noemt Erna vooral haar flexibiliteit.
“Voor mij is het antwoord nooit meteen nee. Er zijn altijd andere wegen die naar Rome leiden.”
Ze denkt graag in oplossingen en probeert altijd verder te kijken naar de standaard opties. Als iets niet direct kan, gaat ze op zoek naar wat wél mogelijk is. Daarbij durft ze ook mensen te benaderen die niet meteen voor de hand liggen. “Ik ga altijd kijken wat er eventueel kan.” Zegt ze daarover.
Die manier van werken zie je duidelijk terug in hoe ze haar werk aanpakt. Erna is bovendien geen typische negen-tot-vijfwerker. Voor haar hoort flexibiliteit gewoon bij het werk.
Fantastisch werk
Na al die jaren werkt Erna nog steeds met evenveel plezier. Ze noemt haar baan zelfs één van de leukste die er is. Als ze haar werk in één woord moet samenvatten, hoeft ze daar niet lang over na te denken. “Fantastisch.”






